Kamperen in Denemarken: praktische gids voor je eerste keer
Weinig landen maken het je zo gemakkelijk als Denemarken: je rijdt er in één dag naartoe, je hoeft geen boot te nemen en je staat er zo met je tent of caravan tussen de duinen. Kamperen in Denemarken betekent vooral veel ruimte, korte afstanden en campings die netjes en rustig zijn zonder dat ze een pretpark willen zijn. Toch werkt een aantal dingen er nét even anders dan thuis: het campingpas, de shelters in de staatsbossen en de regels rond vrij overnachten. In deze gids zetten we op een rij wat je vooraf wilt weten, van kosten en seizoenen tot de regio’s die zich het beste lenen voor een kampeervakantie.

Waarom Denemarken een fijn kampeerland is
Denemarken is klein, maar heeft ruim 7.000 kilometer kustlijn. Waar je ook staat, de zee is vrijwel nooit meer dan een uur rijden weg. Dat maakt rondreizen ontspannen: je verplaatst je zelden meer dan honderd kilometer per dag en toch verandert het landschap van brede Noordzeestranden naar beschutte fjorden en glooiende boslandschappen.
Daar komt bij dat de Denen zelf graag buiten zijn. Friluftsliv — het buitenleven — zit diep in de cultuur, en dat merk je aan de voorzieningen: verzorgde sanitairgebouwen, overal drinkwaterpunten, goede fietspaden en een groot netwerk van eenvoudige overnachtingsplekken in de natuur. Campings zijn er ingedeeld in sterren (van één tot vijf), waarbij het aantal sterren vooral iets zegt over de faciliteiten en niet over de ligging of de sfeer. Een tweesterrencamping achter de duinen kan dus mooier liggen dan een vijfsterrenpark met zwembad.
Wanneer ga je het beste kamperen in Denemarken?
De meeste Deense campings zijn open van rond Pasen tot in oktober; een kleiner deel blijft het hele jaar geopend. Het hoogseizoen loopt van begin juli tot half augustus, wanneer ook de Denen zelf vakantie hebben. Wil je rust, dan zijn juni en de eerste helft van september de aantrekkelijkste periodes: het is dan aangenaam warm, de kust is leeg en de tarieven liggen merkbaar lager.
Houd wel rekening met wind. Aan de Noordzeekust waait het vrijwel altijd, ook bij mooi weer. Kies daar een plek achter een haag of duinrand, gebruik stevige haringen en zet je voortent niet met de opening naar het westen. Wie in het voor- of naseizoen gaat, neemt bovendien beter een warme slaapzak mee: de nachten koelen er sneller af dan je op basis van de dagtemperatuur zou verwachten. Onze inpaklijst voor kamperen helpt je om niets te vergeten.
De mooiste regio’s voor een kampeervakantie
West-Jutland en de Noordzeekust
Brede zandstranden, duinen en heidevelden, van Rømø in het zuiden tot Thy in het noorden. Dit is de klassieke keuze voor gezinnen: veel campings liggen direct achter de zeereep, met een strandovergang op loopafstand. Nationaal Park Thy, het oudste van het land, is de plek voor lange wandelingen tussen zandverstuivingen en dennenbossen.
Noord-Jutland en Skagen
Helemaal in het noorden ligt Grenen, waar de Noordzee en de Oostzee elkaar zichtbaar ontmoeten. Skagen zelf is een charmant vissersstadje met gele huizen en een sterke schilderstraditie. De campings in de omgeving zitten in juli snel vol, dus reserveer voor die periode ruim op tijd.
Het merengebied rond Silkeborg
Midden-Jutland is verrassend heuvelachtig en bosrijk. Rond Silkeborg liggen tientallen meren die met elkaar in verbinding staan — ideaal voor kanoërs. Wie liever fietst of wandelt, vindt hier de langste aaneengesloten bossen van Denemarken.
Funen en de zuidelijke eilanden
Funen (Fyn) is groener en lieflijker dan Jutland, met hagen, landgoederen en fruitboomgaarden. Vanaf de zuidkust zet je met een korte veerboot over naar eilanden als Ærø en Tåsinge, waar het tempo nog een tandje lager ligt.
Seeland en Bornholm
Seeland combineert Kopenhagen met bossen en stranden op nog geen uur rijden van de stad. Bornholm, ver in de Oostzee, vraagt een veerboot maar beloont je met rotskusten, rondkerken en een eigen eilandsfeer. Reserveer daar zowel de boot als je kampeerplek vooraf.
Het campingpas: hoe zit dat precies?
Vroeger was een campingpas op vrijwel elke Deense camping verplicht. Wettelijk is dat niet meer zo, maar in de praktijk vraagt een groot deel van de campings er nog steeds naar. Het gaat om de Camping Key Europe (CKE), in Denemarken bekend als campingpas. De kaart geldt als identiteitsbewijs voor je hele gezin, bevat een basisverzekering en geeft korting op een deel van de campings in Europa.
Een jaarpas kost afhankelijk van waar je hem koopt ongeveer 200 Deense kronen (rond de 27 euro); via sommige Europese aanbieders ben je goedkoper uit. Blijf je maar één nacht op een camping, dan kun je bij de receptie meestal een transitpas van ongeveer 35 kronen kopen, die alleen in Denemarken geldig is. Regel de kaart bij voorkeur vóór vertrek: online aanvragen kost een paar dagen, en aan de balie ben je duurder uit.
Wat kost kamperen in Denemarken?
Denemarken is geen goedkoop land, maar op de camping valt het mee zolang je zelf kookt. Reken globaal op:
- Volwassene: ongeveer 90 tot 140 kronen per persoon per nacht (€12–19)
- Kinderen: ruwweg de helft, jonge kinderen vaak gratis
- Standplaats: vaak inbegrepen, soms 30 tot 90 kronen extra
- Elektriciteit: 45 tot 60 kronen per nacht, of afrekening per kilowattuur
- Douche: op eenvoudige campings soms muntjes, 5 tot 10 kronen
- Tol Storebæltbrug: circa 235 kronen per enkele rit met een personenauto
Twee gewoontes besparen je onderweg geld. Boodschappen doe je bij discounters als Rema 1000, Netto of Lidl, want de supermarktprijzen liggen aanzienlijk hoger dan in Nederland. En op statiegeld (pant) krijg je per blikje of fles 1 tot 3 kronen terug bij de automaat in elke supermarkt — bewaar je verpakkingen dus.
Shelters en vrij kamperen in de natuur
Wildkamperen zoals in Zweden of Noorwegen kent Denemarken niet: het land heeft geen algemeen recht om overal te overnachten. Wat het wél heeft, is een uitgebreid netwerk van shelters en natuurkampeerterreinen, beheerd door onder meer Naturstyrelsen (de Deense staatsbosbeheer). Een shelter is een houten schuilplaats met drie wanden en een dak, vaak met een vuurplaats, een simpel toilet en soms een waterpunt.
Een deel van die plekken is gratis en werkt volgens ‘wie het eerst komt’; andere reserveer je vooraf online voor een klein bedrag. Daarnaast zijn er enkele honderden staatsbossen aangewezen waar je met een kleine tent één nacht mag staan, mits je uit het zicht van wegen en woningen blijft en de plek achterlaat zoals je hem aantrof. Vuur maken mag alleen op aangelegde vuurplaatsen, en in droge zomers geldt er regelmatig een tijdelijk verbod. Lees ook onze gids over wildkamperen in Zweden als je de regels van beide landen wilt vergelijken.
Praktische tips voor onderweg
- Route: vanuit Nederland rijd je via Bremen en Hamburg naar de grens bij Flensburg; reken op zeven tot negen uur tot Zuid-Jutland. Een tussenstop rond Hamburg maakt de reis met kinderen een stuk aangenamer.
- Betalen: Denemarken is grotendeels contantloos. Een pinpas of creditcard volstaat vrijwel overal; kronen heb je hooguit nodig voor een muntdouche.
- Honden: op vrijwel alle campings welkom, maar op stranden geldt van 1 april tot en met 30 september een aanlijnplicht. Bekijk ook onze tips voor kamperen met een hond.
- Water: kraanwater is overal van uitstekende kwaliteit, dus laat de flessen thuis en neem een hervulbare fles mee.
- Fiets: Denemarken heeft een uitstekend netwerk van nationale fietsroutes. De N1 langs de Noordzeekust en de N8 langs de Oostzee zijn goed bewegwijzerd en verbinden campings met shelters.
- Reserveren: buiten juli en augustus kun je vrijwel overal spontaan binnenrijden. In het hoogseizoen is reserveren aan de kust wel verstandig.
Veelgestelde vragen over kamperen in Denemarken
Is een campingpas verplicht in Denemarken?
Wettelijk niet meer, maar veel campings vragen er nog wel om. Neem een Camping Key Europe mee of koop ter plaatse een transitpas voor één nacht.
Mag je wildkamperen in Denemarken?
Niet zomaar. Overnachten in de natuur mag in shelters, op natuurkampeerterreinen en in aangewezen staatsbossen waar tenten voor één nacht zijn toegestaan.
Heb je een veerboot nodig om er te komen?
Nee. Vanuit Nederland rijd je via Duitsland zo de Deense grens over. Alleen voor eilanden als Bornholm of Ærø neem je een boot.
Wat kost een nacht op een Deense camping?
Voor twee volwassenen met een tent of caravan zit je meestal tussen de 25 en 40 euro per nacht, inclusief elektriciteit.
Kun je in het voor- en naseizoen terecht?
Ja, veel campings openen rond Pasen en sluiten in oktober. Het is dan rustig en goedkoper, maar reken op frisse nachten en wind aan de kust.
Is Denemarken geschikt voor een eerste kampeerreis met kinderen?
Zeker. De afstanden zijn kort, de stranden zijn ondiep en veilig, en vrijwel elke camping heeft een speelveld. Ook het verkeer is er rustig en fietsvriendelijk.
In het kort
Kamperen in Denemarken is een van de toegankelijkste manieren om Scandinavië te ervaren: één dag rijden, geen boot nodig en overal zee binnen handbereik. Regel vooraf een campingpas, reis bij voorkeur in juni of september, en combineer een paar nachten op een eenvoudige kustcamping met een overnachting in een shelter. Dan krijg je in één reis het beste van twee werelden: comfort waar je het wilt, en stilte waar je het zoekt.